BiographyWorkPublicationsContact

News


Feb 16, 2013

Individuele kwaliteiten, sociale verplichtingen‏ (in Dutch)

Op-ed I felt the urge to write. Dutch newspapers decided not to publish it, however. Here is a copy:

Wachtgeld, bonussen, exorbitante salarissen, de discussie daarover valt vaak terug op de individuele kwaliteiten van de ontvanger. De argumenten die de ontvangers gebruiken zijn veelal in de trant van ‘ik heb er hard voor gewerkt’, ‘als je iemand met kwaliteit wil, moet je een marktconforme prijs betalen’, en ga zo maar door. Terwijl critici beargumenteren dat de individuele kwaliteiten niet uitzonderlijker zijn dan die van iemand anders. Enigszins begrijpelijk voelt de wethouder of bankdirecteur zich dan ook aangevallen als critici commentaar leveren op het geld dat zij ontvangen. ‘Maar ik heb er toch hard voor gewerkt?’, is de reactie op het moment dat ze als graaiers worden weggezet. De individuele kwaliteiten voeren de boventoon. De discussie negeert zo de sociale logica die onlosmakelijk met het probleem en mogelijke oplossing is verbonden.

Dit is het meest voor de hand liggend in de publieke sector, aangezien die per definitie de publieke zaak behoort te dienen – en dus betrekking heeft op een groter sociaal veld dan alleen de eigen groep. Maar het  is ook toepasbaar op het bankwezen en de private sector. Elites in meer algemene zin rechtvaardigen hun positie vaak aan de hand van individuele kwaliteiten en een cultuur van hard werken . Maar de vraag is niet alleen of de individuele kwaliteiten wel of niet het geld rechtvaardigen. De afweging die de ontvanger – en critici – ook moeten maken, heeft  betrekking op de sociale inbedding van de beloning. Elites verhouden zich per slot van rekening tot de gehele samenleving.

Rinda den Besten is ondanks dat zij uiteindelijk heeft afgezien van haar wachtgeld een sprekend voorbeeld. Dat zij er vanaf ziet na protesten verandert de logica nog niet. De vraag is of het haar mening over de relatie tussen individuele kwaliteiten en het wachtgeld heeft veranderd. Het kan zijn dat zij vindt dat zij het nog altijd verdient, omdat ze zich een slag in de rondte heeft gewerkt, met een baan van 80 uur per week. Dat zij zich met veel energie heeft ingezet, zou ik niet willen bestrijden. En individuele capaciteiten zijn dan ook zeker van belang. Alleen de prijs daarvan, zo blijkt nog eens te meer uit alle ophef, kan niet louter berusten op het idee van individuele kwaliteiten ingebed in regels en marktconformisme. Rinda den Besten zou ook de vraag moeten stellen of er een sociale basis is voor haar beloning in de (huidige) maatschappelijke context. Niet na, maar vóór de inning van het geld. Een vergoeding (en de hoogte daarvan), verhoudt zich namelijk tot de maatschappij en niet alleen tot de individuele kwaliteiten.

De vraag die dan ook gesteld moet worden is niet alleen of individuele kwaliteiten een bepaalde beloning rechtvaardigen. Individuele kwaliteiten, zoals inzet en kunde, hoeven wat dat betreft niet de basis te vormen voor de kritiek. De vraag moet ook zijn, wat is de sociale rechtvaardiging van de vergoeding. Het is uiteraard moeilijk om buiten de eigen sociale groep en culturele logica te kijken. Maar mensen op belangrijke maatschappelijke posities – en ja, dat zijn ook bankmanagers – moeten rekening houden met het gehele sociale speelveld in Nederland en niet alleen de eigen cirkel. Dat toont nog eens individuele kwaliteiten.